ECLI:NL:CRVB:2007:BB5305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen weigering WAZ-uitkering en berekening maatmaninkomen zelfstandige
Appellant, een voormalig zelfstandig bandenhandelaar, verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het maatmaninkomen correct was berekend en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend tegen de berekening van het maatmaninkomen, waarbij hij betoogde dat het verlies van zijn inmiddels opgeheven transportonderneming buiten beschouwing moest blijven. De Raad overwoog dat de hoofdregel is dat het maatmaninkomen wordt vastgesteld op basis van de door de fiscus aanvaarde nettowinst over de drie boekjaren voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid, tenzij er zeer bijzondere omstandigheden zijn.
De Raad vond geen aanleiding om van deze hoofdregel af te wijken, aangezien appellant onvoldoende had aangetoond dat de driejaarsperiode geen reële afspiegeling van zijn verdiencapaciteit vormde. De verrekening van winst en verlies van zijn ondernemingen was terecht toegepast, conform fiscale praktijk. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad ging niet in op nieuwe beroepsgronden die appellant na het beroepschrift naar voren bracht, omdat de omvang van het geding wordt bepaald door het beroepschrift. Er was ook geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.