ECLI:NL:CRVB:2007:BB5192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over mate van arbeidsongeschiktheid ondanks klachten slaapapneu
Appellante stelde in hoger beroep dat haar slaapapneu heeft geleid tot een toename van haar beperkingen, waardoor zij meer beperkt zou zijn dan door het UWV vastgesteld. De rechtbank Groningen had het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaard, omdat er geen voldoende objectief-medische aanwijzingen waren die de beperkingen van appellante verder onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat de door appellante overgelegde medische informatie, waaronder brieven van een revalidatiearts en KNO-arts, hoofdzakelijk betrekking had op tijdstippen na de datum van het bestreden besluit en dat het slaapapneusyndroom adequaat werd gereguleerd met CPAP-apparatuur. De bezwaarverzekeringsarts had reeds rekening gehouden met de klachten van appellante.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld op 15 tot 25% en dat de functies die appellante kon verrichten passend waren. Een verlies aan verdiencapaciteit van 23% werd als redelijk beoordeeld. Vergoeding van schade werd afgewezen omdat geen grond was voor toekenning op basis van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat de arbeidsongeschiktheid van appellante is vastgesteld op 15 tot 25%.