ECLI:NL:CRVB:2007:BB4904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening opzegtermijn WW wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn op zes weken vast in een besluit van 7 april 2005. Werknemer maakte hiertegen geen bezwaar.
Na een uitspraak van de Raad van 27 april 2005 waarin een langere opzegtermijn werd vastgesteld, verzocht werknemer het UWV op 10 november 2005 om de opzegtermijn opnieuw vast te stellen. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de uitspraak van 27 april 2005 niet als nieuw feit of omstandigheid kan worden beschouwd en dat werknemer de termijn voor bezwaar niet verschoonbaar heeft overschreden. De Raad ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek van werknemer om herziening van de opzegtermijn wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.