ECLI:NL:CRVB:2007:BB4612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering en toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering en proceskostenvergoeding
Appellante werkte als postbesteller en viel uit met psychische klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering, maar na bezwaar werd een gedeeltelijke uitkering toegekend. De rechtbank vernietigde het eerste besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing. In hoger beroep betwistte appellante ook de latere besluiten van het UWV.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is omdat appellante geen belang meer had na toekenning van de uitkering. De Raad beoordeelde het tweede besluit (toekenning gedeeltelijke WAO) en vond dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was, met name vanwege onduidelijkheid over de geschiktheid voor bepaalde functies. Het derde besluit, waarin proceskosten werden geweigerd, werd afgewezen omdat de ingediende brief geen proceshandeling was.
De Raad vernietigde het tweede besluit en beval het UWV tot een nieuw besluit op bezwaar. Het beroep tegen het derde besluit werd ongegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk, het tweede besluit wordt vernietigd en het beroep tegen het derde besluit wordt ongegrond verklaard.