ECLI:NL:CRVB:2007:BB3857

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-1877 WAJONG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geschriften Instituut Psychosofia als medisch deskundigenrapporten in Wajong-zaak

In deze Wajong-zaak stond centraal of de door appellante overgelegde geschriften van de Directrice van het Instituut Psychosofia te Brielle konden worden beschouwd als rapporten van een medisch deskundige zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank Rotterdam had dit ontkennend beoordeeld, en appellante ging hiertegen in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld zonder aanwezigheid van appellante. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 15 mei 2007, waarin vergelijkbare geschriften niet als medische rapportages werden erkend. De Raad ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken.

Ook een kort voor de zitting ontvangen faxbrief van de gemachtigde van appellante, waarin zij afwezigheid aankondigde en niet inhoudelijk op de eerdere jurisprudentie inging, verandert hier niets aan. De Raad acht geen gronden aanwezig om af te wijken van de eerdere uitspraak of toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Daarmee bevestigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaart dat de betreffende geschriften niet als medisch deskundigenrapporten in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht gelden.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de geschriften niet als medisch deskundigenrapporten kunnen worden aangemerkt.

Uitspraak

07/1877 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 februari 2007, 06/3330 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 september 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden.
II. OVERWEGINGEN
In deze zaak is het geschil ook in hoger beroep beperkt tot de beantwoording van de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de door de gemachtigde van appellante in geding gebrachte geschriften afkomstig van de Directrice van het Instituut Psychosofia te Brielle niet kunnen worden aangemerkt als rapporten van een medisch deskundige als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Raad beantwoordt die vraag bevestigend.
Daartoe verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 15 mei 2007, LJN: BA5367, waarin in een zaak waarin mr. De Jonge eveneens als gemachtigde is opgetreden, in het voetspoor van eerdere jurisprudentie van de Raad is geoordeeld dat geschriften, als hiervoor omschreven, niet het resultaat zijn van en gelijk gesteld kunnen of moeten worden met rapportages van medische deskundigen, zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Raad heeft geen enkele reden om in de onderhavige zaak anders te oordelen. Ook de van mr. De Jonge kort voor de aanvang van het onderzoek ter zitting in deze zaak ontvangen negen pagina's omvattende faxbrief van 4 september 2007, waarin zij tevens aankondigt niet ter zitting te zullen verschijnen, maakt dat niet anders, reeds niet, omdat in die faxbrief niet wordt ingegaan op de inhoud van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad, waarin de door mr. De Jonge al vele malen en ook in deze zaak opgeworpen rechtsvraag (wederom) uitvoerig is beantwoord.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.W. Engelhart als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 september 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) J.W. Engelhart.
JL