ECLI:NL:CRVB:2007:BB3750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, die sinds juni 2001 een WAO-uitkering ontving vanwege ernstige arbeidsongeschiktheid, kreeg deze uitkering in 2004 ingetrokken na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts in opleiding. Het UWV baseerde het besluit op een Functionele Mogelijkheden Lijst en arbeidskundig onderzoek, waarna werd geconcludeerd dat appellante geschikt was voor bepaalde functies.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat de arts ten tijde van het onderzoek nog niet als verzekeringsarts was geregistreerd. Tevens stelde zij dat haar beperkingen niet juist waren geïnterpreteerd. De Raad oordeelde dat het onderzoek door een verzekeringsarts in opleiding onvoldoende waarborgde en dat het bezwaaronderzoek niet volstond om dit gebrek te herstellen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het daarop volgende besluit over de Ziektewet-uitkering, omdat niet vaststaat of de geselecteerde functies als maatstaf voor arbeid kunnen gelden. Het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen op de bezwaren van appellante, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek en het UWV dient opnieuw te beslissen.