ECLI:NL:CRVB:2007:BB3352

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5913 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 WAOArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging medisch oordeel en herziening WAO-uitkering na arbeidsongeschiktheid

Appellante, voormalig dierenartsassistente, meldde zich ziek met psychische klachten en psoriasis. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe van 80-100%, die later werd herzien naar 15-25% na gedeeltelijke werkhervatting. Appellante betwistte de mate van verzorging van haar huidaandoening en de gevolgen voor haar arbeidscapaciteit.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep herhaalde zij haar grieven, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen nieuwe gezichtspunten die het medisch oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts ter discussie stelden. De Raad zag geen noodzaak tot nader deskundigenonderzoek.

De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees erop dat de Wet REA buiten dit geding valt. Het hoger beroep werd verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bleef in stand.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.

Uitspraak

05/5913 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 25 augustus 2005, 04/1536 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 september 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. D.C. Coppens, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. Voor de gronden van het beroep is verwezen naar een op 2 oktober 2005 gedateerde en door appellantes vader [naam vader] opgestelde brief.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 31 juli 2007, waar appellante en haar gemachtigde met voorafgaand bericht niet zijn verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.G.M. Huijs.
II. OVERWEGINGEN
Appellante, die voorheen werkzaam was als dierenartsassistente in een urenomvang van 25 uur per week, heeft zich op 17 april 1997 ziek gemeld met psychische klachten bij een arbeidsconflict en psoriasis. Het Uwv heeft appellante per einde wachttijd, op 16 april 1998, een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar de klasse 80 tot 100%. Appellante heeft per 16 oktober 2000 voor 19 uur per week hervat in haar functie van dierenartsassistente bij een andere werkgever. De WAO-uitkering van appellante is daarop met ingang van 16 oktober 2000, onder toepassing van artikel 44 van Pro de WAO, uitbetaald naar de klasse 15 tot 25% en met ingang van 25 november 2003 herzien naar die klasse.
Het Uwv heeft de uitkering van appellante na een herbeoordeling bij besluit van 7 juli 2004 ingetrokken. Dit besluit berust op het medisch standpunt dat de huidaandoening van appellante voor de verzorging wat tijd vergt en enige sociale beperkingen geeft, maar dat appellante met deze beperkingen duurzaam arbeid kan verrichten. De arbeidsdeskundige R.A. van Voorst concludeerde op basis van een theoretische schatting van appellantes arbeidsmogelijkheden dat er geen relevant verlies aan verdiencapaciteit resteerde.
Het Uwv heeft bij besluit op bezwaar van 17 november 2004 (hierna: het bestreden besluit) zijn primair besluit gehandhaafd.
Namens appellante is in beroep gesteld dat de verzorging van haar huidaandoening niet anderhalf uur per dag vergt maar drie uur en dat zij psychisch overbelast zal raken indien zij meer dan 19 uur per week moet werken.
Het Uwv heeft in beroep nader uiteengezet dat de verspreiding van huidschilfers niet storend is voor de uitoefening van de in de voorgehouden functies genoemde werkzaamheden.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
De in beroep namens appellante aangevoerde grieven zijn in hoger beroep in essentie herhaald.
Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het besteden besluit in rechte stand kan houden.
De Raad beantwoordt deze vraag, evenals de rechtbank, en met overneming van de overwegingen in de aangevallen uitspraak, bevestigend. Hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd bevat in vergelijking met hetgeen in beroep is aangevoerd geen nieuwe gezichtspunten. Nu de Raad in hetgeen namens appellante is aangevoerd geen aanleiding ziet te twijfelen aan de juistheid van het medisch oordeel van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts omtrent de vaststelling van de beperkingen van appellante, ziet de Raad geen noodzaak om de behandelend huidspecialist of een andere deskundige te raadplegen.
De Raad wijst er ten overvloede op dat de besluitvorming in het kader van de Wet REA buiten de omvang van dit geding valt.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 september 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) M. Gunter.
DK