ECLI:NL:CRVB:2007:BB3227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en beperkingen bij WAO-uitkering na borstkanker
Appellante, die lijdt aan gevolgen van borstkanker en de behandeling daarvan, stelde dat haar arbeidsbeperkingen door het UWV zijn onderschat en dat zij volledig arbeidsongeschikt is vanwege extreme vermoeidheid en concentratieverlies.
De Centrale Raad van Beroep heeft het medisch onderzoek en de vastgestelde beperkingen door de verzekeringsartsen zorgvuldig beoordeeld. De Raad concludeert dat de beperkingen, waaronder een duurbeperking van maximaal 20 uur per week, adequaat rekening houden met haar fysieke, mentale en sociale beperkingen.
Hoewel appellante stelde niet te kunnen rijden met een handgeschakelde auto, achtte de Raad deze stelling onvoldoende gemotiveerd. De Raad bevestigt dat appellante in staat is de haar voorgehouden functies te verrichten en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 55 tot 65%. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.