ECLI:NL:CRVB:2007:BB3049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering wegens belastbaarheid en CBBS-motivering
Appellante, voormalig productiemedewerkster, kreeg een WAO-uitkering wegens rugklachten en fibromyalgie. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidskundig onderzoek met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) werd haar uitkering ingetrokken per 1 september 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar klachten ernstig zijn en overhandigde een psychiatrisch rapport ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen juist was en dat de diagnose fibromyalgie reeds bekend was bij de primaire beoordeling.
De Raad stelde echter dat het CBBS-systeem als zodanig aanvaardbaar is, maar dat de motivering van de arbeidskundige schatting bij het besluit op bezwaar onvoldoende was. Omdat de toelichting op het arbeidskundig rapport pas in hoger beroep werd gegeven, vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand volgens artikel 8:72 Awb Pro.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Ch. van Voorst op 5 september 2007.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.