ECLI:NL:CRVB:2007:BB2568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, vroeg een WAO-uitkering aan na langdurige ziekte met psychische klachten. Het UWV weigerde de uitkering op grond van een arbeidskundig onderzoek dat geen verlies aan verdienvermogen vaststelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing onderschreef.
In hoger beroep betoogde appellant dat de medische expertise onjuist was vertaald in het belastbaarheidspatroon, met name ten aanzien van beperkingen bij dwingend tempo en kortcyclisch repetitief werk. De Raad constateerde dat de medische vraagstelling niet was toegespitst op de relevante datum en dat de beperkingen niet adequaat waren verwerkt in het belastbaarheidspatroon. Tevens bleek dat het UWV en de rechtbank onjuiste aannames hadden gedaan over overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts.
De Raad oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand was gekomen en niet deugdelijk was gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, Awb. Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak werden vernietigd, en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.