ECLI:NL:CRVB:2007:BB2533

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1491 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
  • W. van den Brink
  • A.A.M. Mollee
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77, eerste lid, aanhef en onder j, Besluit algemene rechtspositie politieArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim arrestantenbewaarder

Appellant was sinds 1983 arrestantenbewaarder bij de politieregio en werd op 5 april 2005 ontslagen wegens betrokkenheid bij het omwisselen van een vals biljet van €50,- voor een echt biljet, afkomstig uit de personeelskas. Dit ontslag werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant actief en toerekenbaar heeft deelgenomen aan het plichtsverzuim. De Raad oordeelt dat het ontslag niet onevenredig is, ook niet gezien de gevolgen voor appellant en zijn gezin.

Hoewel appellant stelde dat hij open kaart heeft gespeeld, vond de Raad dat dit pas gebeurde nadat een stagiaire haar chef had geïnformeerd. De verantwoordelijke functie van appellant en de hoge eisen aan integriteit in zijn functie wegen zwaar mee. Het feit dat de omwisseling plaatsvond in het bijzijn van een stagiaire, versterkt dit oordeel.

De Raad kent geen matigende betekenis toe aan het argument dat appellant het behoud van de personeelskas voor ogen had. Gezien zijn jarenlang goed functioneren ziet de Raad geen reden om de zwaarste straf niet toe te passen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.

Uitspraak

06/1491 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 23 januari 2006, 05/1463 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Korpsbeheerder van de politieregio [politieregio] (hierna: korpsbeheerder)
Datum uitspraak: 23 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2007. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. G.J. van der Veer, advocaat te Meppel. De korps-beheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Niks, werkzaam bij de politieregio [politieregio].
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant was sinds 1983 aangesteld in de functie van arrestantenbewaarder bij de politieregio [politieregio]. Op 17 november 2004 is appellant betrokken geweest bij de omwisseling van een vals biljet van € 50,-, afkomstig uit de personeelskas, met een echt biljet van € 50,- in de fouillering van één van de arrestanten. Vanwege die betrokkenheid is hem, overeenkomstig een daartoe bekend gemaakt voornemen, bij besluit van 5 april 2005 met toepassing van artikel 77, eerste lid, aanhef en onder j, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), de disciplinaire straf van ontslag opgelegd met ingang van 1 mei 2005. Dit ontslag is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 juli 2005.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de gronden waarop de rechtbank tot haar oordeel is gekomen. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant actief en toerekenbaar heeft deelgenomen aan het omwisselen van het valse biljet van € 50,- voor een echt bankbiljet dat toebehoorde aan een arrestant en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Aan de orde is slechts de vraag of de aan appellant opgelegde straf van ongevraagd ontslag niet onevenredig is aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim.
3.1. De Raad acht de opgelegde straf niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim en hij ziet ook in de gevolgen van die straf voor appellant en zijn gezin geen grond voor het oordeel dat de strafoplegging de rechterlijke toetsing niet kan doorstaan.
3.2. De grief van appellant dat onvoldoende gewicht is toegekend aan het feit dat hij open kaart heeft gespeeld, treft geen doel, nu uit de gedingstukken blijkt dat hij dat pas heeft gedaan toen hem was gebleken dat de bij de omwisseling aanwezige politiestagiaire haar chef had ingelicht.
3.3. Voorts is ook voor de Raad zwaarwegend dat appellant in een verantwoordelijke functie werkzaam was, in een omgeving waar hoge eisen aan betrouwbaarheid en integriteit mogen worden gesteld. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat appellant heeft meegewerkt aan de benadeling van een aan zijn zorg toevertrouwde arrestant en daarmee het noodzakelijk in een arrestantenbewaarder te stellen vertrouwen heeft verspeeld.
3.4. Aan de omstandigheid dat appellant vooral het behoud van de personeelskas voor ogen heeft gehad kan ook de Raad geen matigende betekenis toekennen, zeker niet nu de bewuste omwisseling heeft plaatsgehad in het bijzijn van een stagiaire, in wier richting juist aan de voorbeeldfunctie inhoud zou moeten zijn gegeven. In zijn jarenlang goed en integer functioneren, ziet de Raad ten slotte evenmin grond voor het oordeel dat de korpsbeheerder in dit geval niet had mogen overgaan tot het opleggen van de zwaarste straf.
4. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en W. van den Brink en A.A.M. Mollee als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2007.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
(get.) P.W.J. Hospel.
HD