ECLI:NL:CRVB:2007:BB2451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Herroeping correctienota over bovenmatig verstrekte reiskostenvergoeding wegens niet ingehouden loonbelasting
Betrokkenen maakten bezwaar tegen een correctienota van 9 juli 1999 over het jaar 1998, waarin het UWV stelde dat zij voordeel uit dienstbetrekking hadden genoten doordat loonbelasting niet was ingehouden op bovenmatig verstrekte reiskostenvergoedingen. Het UWV handhaafde dit besluit bij besluit van 27 maart 2000 (besluit IV). De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep gegrond.
Na cassatie door betrokkenen oordeelde de Raad dat het voordeel uit dienstbetrekking pas ontstaat indien de werkgever afziet van het verhalen van de loonbelasting. In 1998 was hiervan geen sprake en er waren geen feiten die anders deden vermoeden. De looncontrolegesprekken bevestigden dat verhaal nog niet was besproken. Daarom kon het besluit IV niet in stand blijven en werd de correctienota van 9 juli 1999 herroepen.
De Raad veroordeelde het UWV tevens tot vergoeding van de proceskosten van betrokkenen. Het hoger beroep en de eerdere procedures werden in het licht van deze overwegingen afgedaan. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 augustus 2007.
Uitkomst: De correctienota over 1998 wordt herroepen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.