ECLI:NL:CRVB:2007:BB2349

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-3619 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na betaling AOW-pensioen

De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Betrokkene was overleden tijdens de procedure, maar de erven wilden de procedure voortzetten.

De rechtbank had geoordeeld dat het ouderdomspensioen, dat in februari 2003 was geschorst, inmiddels was uitbetaald over de periode tot en met mei 2003 inclusief vakantie-uitkering. Hierdoor was het procesbelang komen te vervallen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan omdat appellanten geen inhoudelijke gronden tegen dit oordeel hebben aangevoerd.

De Raad heeft ook overwogen dat de wettelijke rente over de nabetaling aan appellanten zal worden vergoed. Gezien het ontbreken van nieuwe grieven en het feit dat de betaling heeft plaatsgevonden, kan het hoger beroep niet slagen.

De Raad besluit de aangevallen uitspraak te bevestigen en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen volgens artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door rechter T.L. de Vries en uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2007.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens ontbreken van procesbelang na betaling van het pensioen en rente.

Uitspraak

06/3619 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de erven en/of rechtverkrijgenden van [betrokkene], (hierna: appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2006, 04/3671 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[betrokkene], (hierna: betrokkene)
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 2 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld en heeft vervolgens diverse brieven aan de Raad gezonden.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Betrokkene is op 9 december 2006 overleden. Appellanten hebben kenbaar gemaakt de procedure voort te willen zetten.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2007. Appellanten zijn daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen procesbelang meer zou hebben. Daarbij is overwogen dat de schorsing van het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) van betrokkene welke aanving in februari 2003 is opgeheven in juni 2003 en dat de Svb inmiddels het ouderdomspensioen over het tijdvak van februari 2003 tot en met mei 2003, inclusief de vakantie-uitkering, alsnog aan betrokkene heeft betaald.
De Raad kan zich met dit oordeel verenigen, nu daartegen door appellanten in hoger beroep geen inhoudelijke grieven zijn aangevoerd en de gemachtigde van de Svb ter zitting van de Raad heeft medegedeeld dat alsnog de wettelijke rente aan appellanten vergoed zal worden over de nabetaling van het ouderdomspensioen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2007.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) A. Kovács.
EK3107
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par T.L. de Vries en présence de A. Kovács en qualité de greffier, ainsi que pronon-cée en public, le 2 août 2007.