ECLI:NL:CRVB:2007:BB2322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- A.H. Polderman-Eelderink
- Rechtspraak.nl
Herziening toeslag AOW met terugwerkende kracht wegens inkomsten echtgenote
Appellant ontving vanaf juli 1999 een AOW-pensioen en een toeslag voor zijn eerste echtgenote in Marokko. Na beëindiging van deze toeslag in 2001 vroeg appellant een toeslag voor zijn tweede echtgenote in Nederland, die toen nog geen 65 jaar was. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende deze toeslag toe zonder informatie over de inkomsten van de tweede echtgenote in te winnen.
In 2004 ontdekte de Svb via de belastingdienst dat de echtgenote inkomsten had en besloot zij de toeslag met terugwerkende kracht vanaf 1 december 2001 te herzien en terug te vorderen. Appellant voerde aan dat deze herziening onredelijk was omdat de Svb geen informatie had ingewonnen en geen formulieren had toegezonden.
De Raad oordeelde dat appellant weliswaar had kunnen onderkennen dat de toeslag te hoog was, maar dat de Svb ernstig verwijtbaar had gehandeld door geen informatie in te winnen. De herziening met volledige terugwerkende kracht en de terugvordering van ruim €18.000,-- werd als ingrijpend beoordeeld. Gelet op het grotere verwijt aan de Svb en de ingrijpende gevolgen achtte de Raad de herziening kennelijk onredelijk.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het tweede besluit, waarbij de Svb werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: De herziening van de toeslag met volledige terugwerkende kracht is kennelijk onredelijk en wordt vernietigd, met terugverwijzing voor een nieuwe beslissing.