ECLI:NL:CRVB:2007:BB2101

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5559 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering en beoordeling belastbaarheid en functiegeschiktheid

Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien en vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% per 24 april 2004. De rechtbank had reeds geoordeeld dat de belastbaarheid juist was vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.

In hoger beroep heeft appellant medische grieven aangevoerd, waaronder bezwaren tegen de vastgestelde belastbaarheid en de geschiktheid van de geselecteerde functies. Deze grieven werden echter niet of nauwelijks ondersteund door medische gegevens die relevant waren voor de datum in geschil. De door appellant overgelegde medische stukken, waaronder van een orthopedisch chirurg, hadden geen betrekking op de datum van 24 april 2004 en boden geen nieuw licht op zijn belastbaarheid.

De Raad heeft tevens het onderzoek van de verzekeringsarts Daoud-Oskamp beoordeeld, die uitvoerig eigen onderzoek had gedaan en aanvullende informatie had ingewonnen bij behandelaars. De Raad verwierp de klachten over onvoldoende honorering van knieklachten en oordeelde dat er geen medische noodzaak was voor een auto met automatische transmissie op de datum in geschil.

Gezien het voorgaande bevestigde de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en de vastgestelde belastbaarheid van 15-25%.

Uitspraak

05/5559 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 28 juli 2005, 05/45 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 21 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Mr. I.G.M. van Gorkum, advocaat te 's-Gravenhage, heeft als gemachtigde van appellant een aanvullend beroepschrift ingediend.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 juli 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Gorkum. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.M.W. Beers.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 7 april 2004 heeft het Uwv de uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van appellant met ingang van 24 april 2004 herzien en vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Appellants bezwaar tegen dit besluit is bij besluit van 25 november 2004, verder: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de belastbaarheid van appellant juist is vastgesteld en dat de geselecteerde functies voor appellant in medisch opzicht geschikt zijn.
Hetgeen van de zijde van appellant in hoger beroep is aangevoerd, geeft de Raad geen aanleiding de aangevallen uitspraak rechtens voor onjuist te houden.
De grieven die van de zijde van appellant zijn aangevoerd tegen de medische beoordeling worden niet of nauwelijks ondersteund door medische gegevens. De in hoger beroep overgelegde gegevens van de behandelend orthopedisch chirurg V.J. Rudolphy hebben geen betrekking op de datum in geding, 24 april 2004, en werpen ook geen ander licht op appellants belastbaarheid op die datum.
De grieven die in het aanvullend beroepschrift zijn aangevoerd tegen de vastgestelde belastbaarheid en de geschiktheid in medisch opzicht van de geselecteerde functies zijn in de brief van het Uwv van 17 maart 2006 uitvoerig weersproken. Ook de motivering waarom appellants opleidingsniveau voldoende is om de geselecteerde functies te kunnen vervullen is de Raad alleszins overtuigend voorgekomen. Met de inhoud van de hiervoor genoemde brief kan de Raad zich verenigen.
De ter zitting van de Raad opgeworpen grief met betrekking tot het onderzoek door de primaire verzekeringsarts verwerpt de Raad. Uit de gedingstukken blijkt dat de verzekeringsarts I. Daoud-Oskamp op 19 januari 2004 uitvoerig eigen onderzoek heeft gedaan. Vervolgens heeft zij informatie opgevraagd bij de huisarts, die niet heeft gereageerd en bij de reumatoloog dr. M.L. Westedt, die wel heeft gereageerd. Daarna heeft de verzekeringsarts Daoud-Oskamp aanvullend gerapporteerd en uiteengezet waarom de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), die in afwachting van de gevraagde inlichtingen was opgesteld, niet behoefde te worden aangepast.
De grief dat appellants knieklachten onvoldoende zijn gehonoreerd in de opgestelde FML verwerpt de Raad eveneens. Het moge zo zijn dat appellant in augustus 2005 vanwege een knieoperatie in de Ziektewet is geaccepteerd maar daar staat tegenover dat de behandelend reumatoloog op 19 februari 2004, kort voor de datum die nu in geding is, aan de verzekeringsarts Daoud-Oskamp schrijft dat bij recent onderzoek op de polikliniek geen afwijkingen meer werden gezien aan de knieën.
Ten slotte overweegt de Raad dat voor hem niet is komen vast te staan dat appellant op de datum in geding, 24 april 2004, om medische redenen aangewezen was op een auto met automatische transmissie. De verzekeringsarts Daoud-Oskamp heeft aangegeven dat zij dat gezien haar onderzoeksbevindingen niet noodzakelijk acht. Van de zijde van appellant is geen enkel medisch gegeven ingebracht dat in een andere richting wijst.
Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) M. Gunter.
SSw