ECLI:NL:CRVB:2007:BB2100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting psychische belastbaarheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering met ingang van 14 december 2003 werd ingetrokken. Na bezwaar verklaarde het UWV de uitkering alsnog gegrond en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast tussen 45 en 55 procent. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij vanwege rugpijn en de onderschatting van de psychische gevolgen daarvan niet in staat is te werken en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn.
Het UWV stelde dat medisch onderzoek geen aanwijzingen gaf voor verminderde psychische belastbaarheid. De Raad overwoog dat het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in stand kan blijven, mede omdat de nieuwe argumenten in hoger beroep geen nieuwe gezichtspunten bevatten. Tevens bleek uit medische informatie dat appellante op de datum van 14 december 2003 niet werd behandeld voor psychische klachten.
Hoewel appellante later weer voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt werd bevonden, betekent dit niet dat de beoordeling op de datum van herziening onjuist was. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering van appellante.