ECLI:NL:CRVB:2007:BB1716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO wegens onvoldoende motivering belastbaarheid functies
Appellant maakte bezwaar tegen het door het UWV genomen besluit tot herziening van zijn WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit op een deugdelijke medische grondslag berustte en appellant de geduide functies kon vervullen.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en dat het UWV een nader onderzoek had moeten verrichten naar niet-matchende belastbaarheidsaspecten. De Raad overwoog dat de medische onderzoeken van het UWV zorgvuldig waren, maar dat het UWV ter zitting erkende dat de motivering waarom de geduide functies geen belemmering voor appellant vormden, ontbrak.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, Awb in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.