ECLI:NL:CRVB:2007:BB1504
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogservaringen
Appellante, geboren in 1926 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg een uitkering aan als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting gedwongen was haar woonplaats te verlaten vanwege militaire activiteiten.
Verweerster, de Raadskamer WUBO, wees de aanvraag af omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat appellante daadwerkelijk onder oorlogsgeweld had geleden. Er werd onderzoek gedaan bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, maar er werden geen bevestigende gegevens gevonden.
Ook pogingen om een verklaring van de zuster van appellante te verkrijgen mislukten. De Raad oordeelde dat de eigen verklaring van appellante onvoldoende is om erkenning te verkrijgen en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende vaststelling van oorlogservaringen.