ECLI:NL:CRVB:2007:BB1049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn WW-uitkering voor 16 weken met 20% werd verlaagd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten voorafgaand aan zijn werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens het hoger beroep heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het bezwaar van appellant alsnog werd gegrond verklaard. Appellant gaf daarop aan geen belang meer te hebben bij voortzetting van de procedure en verzocht om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling van de uitkering vanaf 1 april 2006. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.