ECLI:NL:CRVB:2007:BB0735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking masseuses in massagebedrijf
Appellante exploiteerde in 2002 en 2003 een massagebedrijf waar masseuses erotische massages aanboden aan cliënten. Het UWV stelde na een bedrijfsbezoek dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellante en de masseuses. Appellante voerde aan dat de masseuses zelfstandige ondernemers waren en dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende basisgegevens had verzameld en dat er voldoende gelegenheid was geweest voor tegenspraak tijdens de procedure. De Raad concludeerde dat de masseuses niet als zelfstandigen maar als werknemers in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam waren.
De organisatie van het bedrijf, waarbij een gastvrouw de massages coördineerde en er sprake was van een gezagsrelatie met appellante, maakte dat de masseuses onder haar gezag stonden. De beloning werd beschouwd als reguliere loonbetaling en niet als huur van een kamer. De Raad verwierp het verweer van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de masseuses in privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot appellante.