ECLI:NL:CRVB:2007:BB0674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ziekte en niet-beschikbaarheid voor arbeid
Appellant was ontslagen wegens verwijtbaar gedrag en kreeg aanvankelijk een WW-uitkering geweigerd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het Uwv nam daarop een nieuw besluit waarin werd vastgesteld dat appellant vanaf 1 juni 2005 wegens ziekte niet beschikbaar was voor arbeid en daarom niet werkloos was in de zin van de WW.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het hoger beroep tegen dit nieuwe besluit. Omdat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van het eerdere besluit, werd hij niet-ontvankelijk verklaard in dat deel van het beroep. De Raad bevestigde dat appellant terecht geen WW-uitkering ontvangt vanaf 1 juni 2005 omdat hij wegens ziekte niet beschikbaar was om arbeid te aanvaarden.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het griffierecht. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met instemming van partijen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter M.A. Hoogeveen op 18 juli 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond; appellant ontvangt geen WW-uitkering vanaf 1 juni 2005 wegens ziekte.