ECLI:NL:CRVB:2007:BB0673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet-uitkering wegens ontbreken medische gronden voor arbeidsongeschiktheid
Appellant werkte als productiemedewerker op uitzendbasis en viel uit wegens rug-, maag- en allergieklachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Laros en bezwaarverzekeringsarts Verzijden werd vastgesteld dat er geen objectiveerbare medische beperkingen waren die werkhervatting konden verhinderen. Het UWV beëindigde daarom de Ziektewet-uitkering per 17 januari 2005.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat mogelijk sprake was van een allergie voor melkpoederbestanddelen en dat onvoldoende onderzoek was verricht. Hij overhandigde een oud medisch rapport van Argonaut over rugklachten, maar dit rapport dateerde van ruim vóór de relevante periode. De Raad concludeerde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen medische gronden waren om het standpunt van het UWV te betwijfelen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zutphen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2007 door M.C.M. van Laar.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.