ECLI:NL:CRVB:2007:BB0208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen zijn onderschat en dat zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft, mede omdat ten onrechte geen medische urenbeperking is aangenomen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had haar WAO-uitkering ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De Raad overwoog dat er geen toereikende objectieve medische gronden zijn om appellante's standpunt te volgen dat zij niet voltijds belastbaar zou zijn. De medische gegevens, waaronder het dagverhaal en de informatie van de controlerend oncoloog, wijzen niet op ernstiger beperkingen dan vastgesteld. De Raad achtte het medisch onderzoek zorgvuldig en vond geen aanleiding voor een urenbeperking.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit en de intrekking van de WAO-uitkering. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan op 20 juli 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.