ECLI:NL:CRVB:2007:BB0142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig ziekenverzorgster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100% vanaf 10 augustus 2003. Na een herbeoordeling in 2004 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot 0-15%, waarop de uitkering werd beëindigd per 5 oktober 2004. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen juist waren toegenomen, onderbouwd met medische verklaringen van reumatologe en verzekeringsartsen.
De rechtbank Maastricht oordeelde dat het UWV de functionele beperkingen niet had overschat en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond geen aanwijzingen dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was geweest of dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld. De nieuwe medische stukken betroffen een latere periode dan de datum in geding en toonden een toename van beperkingen na die datum.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had aangetoond dat de arbeidsongeschiktheid op de datum in geding niet was toegenomen en dat het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering terecht was genomen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.