ECLI:NL:CRVB:2007:BA9213

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-2271 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:73 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, vijfde lid Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV tot vergoeding proceskosten en wettelijke rente

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen inzake een geschil met het UWV. Kort voor de behandeling van het hoger beroep trok appellante het beroep in, nadat het UWV geheel aan haar bezwaren was tegemoetgekomen met een nieuwe beslissing op bezwaar.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan in geval van intrekking wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroep op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het UWV stemde in met vergoeding van de door appellante gemaakte kosten, waaronder expertisekosten.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van een bedrag van € 2341,- aan proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Tevens wees de Raad erop dat appellante het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV kan claimen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente aan appellante.

Uitspraak

05/2271 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a en 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 7 maart 2005, 03/819 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 juli 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft J.R. Beukema, werkzaam bij Juricon adviesgroep b.v. te Assen, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 29 maart 2007 heeft J.R. Beukema namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft de Raad bij schrijven van 2 april 2007 meegedeeld accoord te gaan met vergoeding van de namens appellante opgesomde kosten.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat middels de nieuwe beslissing op bezwaar van 28 maart 2007 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voorts overweegt de Raad het Uwv overeenkomstig het verzoek van appellante ook te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over de na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995,314.
Met betrekking tot de vordering van € 1375,- inzake de kosten van de door drs. W.D. v.d. Zwaag en J.U.R. Niewold uitgebrachte expertises is de Raad van oordeel dat, nu het Uwv bij schrijven van 2 april 2007 te kennen heeft gegeven accoord te gaan met de vergoeding van de namens appellante opgesomde kosten en deze vordering de Raad niet onjuist voorkomt, deze vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Ten slotte merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2341,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas . De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) C. Tersteeg.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
MK