ECLI:NL:CRVB:2007:BA8443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het UWV-besluit inzake WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als agrarisch medewerker, viel op 20 augustus 2001 uit wegens longklachten. Het UWV weigerde hem een WAO-uitkering toe te kennen per 19 augustus 2002, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Na bezwaar en aanvullend onderzoek door een arbeidsdeskundige en een bezwaarverzekeringsarts, concludeerde het UWV dat de functie medisch geschikt was voor appellant, ondanks enige overschrijding in staan en lopen.
De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep tegen het besluit van 3 november 2004 ongegrond, waarbij werd overwogen dat er geen belastbaarheidsprofiel was opgesteld, maar dat de functie waarschijnlijk niet te belastend was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het UWV zorgvuldig en voldoende onderbouwd heeft vastgesteld dat appellant zijn functie kan vervullen met de vastgestelde beperkingen.
De Raad neemt het rapport van de arbeidsdeskundige Snijders en de bezwaarverzekeringsarts Van de Nieuwe Giessen als basis, die aangeven dat staan en lopen tot vijf uur per dag mogelijk zijn en dat het werk ook zittend kan worden verricht. De Raad acht de medische beoordeling zorgvuldig en wijst het beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant geen WAO-uitkering ontvangt wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.