ECLI:NL:CRVB:2007:BA8065

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6540 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlaging arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks bezwaar medische en arbeidskundige beoordeling

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te verlagen van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 55-65%. De rechtbank Alkmaar vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.

In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische beperkingen, waaronder nekhernia en burn-outklachten, onvoldoende waren meegewogen en dat het onderzoek door de verzekeringsartsen onzorgvuldig was. Zij ondersteunde dit met een rapportage van verzekeringsarts Van der Boog.

De Raad overwoog dat het onderzoek zorgvuldig en weloverwogen was, dat de klachten voldoende waren meegewogen in de Functionele Mogelijkheden Lijst, en dat de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts Moons de conclusies van de verzekeringsartsen onderschreven. Ook de arbeidskundige toelichting werd als toereikend beoordeeld.

De Centrale Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en wees een proceskostenveroordeling af. De verlaging van de uitkering bleef gehandhaafd.

Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering van appellante naar 55-65% wordt bevestigd.

Uitspraak

05/6540 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 4 november 2005, 05/542 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. P.P.J.L. Appelman, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellante is een rapportage ingezonden van de verzekeringsarts
W.M. van der Boog, gedateerd 15 december 2006, waarop van de zijde van het Uwv is gereageerd met een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts A.M.M. Moons van
10 april 2007.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2007, waar appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft doen vertegenwoordigen door mr. C. Roele.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 3 februari 2005 (bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 16 april 2004, strekkende tot verlaging van de naar een mate van 80 tot 100% berekende uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per 30 mei 2004 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist moet worden geacht. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, heeft de rechtbank vastgesteld dat het bestreden besluit pas in beroep is voorzien van een deugdelijke arbeidskundige toelichting. De rechtbank heeft het beroep van appellante, gelet op de jurisprudentie van de Raad ten aanzien van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem, gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in stand gelaten.
Appellante heeft in hoger beroep doen aanvoeren, dat haar medische beperkingen door de (bezwaar)verzekeringsartsen zijn onderschat omdat onvoldoende rekening is gehouden met haar nekhernia- en burnoutklachten. Voorts is gewezen op het onzorgvuldig verrichte onderzoek door de verzekeringsartsen. Ter ondersteuning is gewezen op de informatie van de verzekeringsarts Van der Boog.
De Raad overweegt als volgt.
Voor wat betreft de medische grondslag kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek zorgvuldig en weloverwogen geweest, is de informatie van de behandelende sector meegewogen en is in de Functionele Mogelijkheden Lijst in voldoende mate rekening gehouden met de klachten van appellante. In hetgeen namens appellante is aangevoerd, waaronder een beroep op de onderzoeksbevindingen en conclusies van de verzekeringsarts Van der Boog, ziet de Raad gelet op het door hem onderschreven commentaar van de bezwaarverzekeringsarts Moons onvoldoende aanknopingspunten om de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsartsen voor onjuist te houden.
De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. Met de door de bezwaararbeidsdeskundige
C. Wouters gegeven toelichting is in beroep alsnog op toereikende wijze toegelicht waarom de functies als voor appellante haalbaar kunnen worden aangemerkt. Nu de rechtbank terecht aanleiding heeft gezien om het bestreden besluit te vernietigen onder instandlating van de rechtsgevolgen, komt hiermee de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2007.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.