ECLI:NL:CRVB:2007:BA7751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 29 april 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees het beroep van appellant af. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de procedure deelde het UWV mee dat het een nieuwe beslissing op bezwaar had genomen, waarin de uitkering onveranderd werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hierdoor was het geschil feitelijk komen te vervallen en had appellant geen procesbelang meer bij het hoger beroep.
De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel oordeelde de Raad dat het UWV in de proceskosten van appellant in hoger beroep moest worden veroordeeld, begroot op € 322,- voor rechtsbijstand, en dat het betaalde griffierecht van € 142,- aan appellant werd vergoed. Andere kosten kwamen niet voor vergoeding in aanmerking.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; UWV veroordeeld in proceskosten en griffierecht vergoed.