ECLI:NL:CRVB:2007:BA7329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 1993 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, laatstelijk voor 80-100% arbeidsongeschiktheid. Deze uitkering werd per 4 januari 2004 ingetrokken. Op 19 april 2004 meldde appellant zich ziek vanwege spanningshoofdpijn tijdens een periode van werkloosheidsuitkering. Een verzekeringsarts stelde op 7 september 2004 vast dat zijn beperkingen niet wezenlijk waren veranderd en achtte hem per 8 september 2004 hersteld. Op die grond werd het recht op ziekengeld ingetrokken.
In de bezwaarprocedure bevestigde een bezwaarverzekeringsarts deze beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek van beide artsen zwaar liet wegen. Appellant verwees in hoger beroep naar een brief van zijn psycholoog uit juni 2005 die stelde dat hij moeilijk inpasbaar is in een werksituatie vanwege spanningen en conflicten.
De Raad oordeelde dat deze brief geen aanleiding gaf tot een ander oordeel, mede omdat eerdere informatie van dezelfde psycholoog al in de heroverweging was betrokken. De Raad onderschreef de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld en verklaart het bezwaar ongegrond.