ECLI:NL:CRVB:2007:BA7287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid inlener voor premies sociale verzekeringswetten niet vastgesteld door ontbreken bewijs in gebreke blijven uitlener
Appellant stelde betrokkenen hoofdelijk aansprakelijk voor premies sociale werknemersverzekeringswetten die de vennootschap onder firma (v.o.f.) in 1998 verschuldigd was. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd dat de uitlener in gebreke was gebleven met betaling van premienota's, een vereiste voor aansprakelijkstelling van de inlener volgens artikel 16a, zevende lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank heropende het onderzoek en verzocht appellant om premienota’s, correspondentie en rapportages over verhaalsmogelijkheden aan te leveren. Appellant gaf aan dat deze stukken niet meer te achterhalen waren, waardoor niet kon worden vastgesteld dat de uitlener in gebreke was gebleven. De rechtbank verklaarde daarop de beroepen van betrokkenen gegrond en vernietigde de besluiten tot aansprakelijkstelling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Hoewel vaststaat dat betrokkenen arbeidskrachten van de v.o.f. hebben ingeleend en er sprake was van leiding of toezicht, is onvoldoende onderbouwd dat de uitlener niet aan haar premieplicht heeft voldaan. De door appellant overgelegde systeemprints tonen niet eenduidig aan dat de onbetaalde premies betrekking hadden op de ingeleende arbeidskrachten. Hierdoor kan de inlener niet aansprakelijk worden gesteld.
De Raad benadrukt dat appellant niet verplicht is privacygevoelige informatie te verstrekken, maar wel voldoende bewijs moet leveren dat de uitlener in gebreke is. Tot slot veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkenen.
Uitkomst: De hoofdelijk aansprakelijkheid van betrokkenen voor de premies is afgewezen wegens het ontbreken van bewijs dat de uitlener in gebreke is gebleven.