ECLI:NL:CRVB:2007:BA7212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over verzekeringsplicht en onkostenvergoedingen directeuren en medewerkers
Appellante was in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake correctie- en boetenota’s opgelegd door het Uwv over de jaren 1998 tot en met 2002. Het geschil betrof de verzekeringsplicht van drie directeuren en de kwalificatie van vaste onkostenvergoedingen en verstrekte lunches als loon.
Tijdens de procedure bleek dat de correctie- en boetenota’s met betrekking tot de directeuren per abuis waren gecrediteerd, waardoor de premie- en verzekeringsplicht voor deze personen kwam te vervallen. Hierdoor werd appellante niet-ontvankelijk verklaard voor dit deel van het hoger beroep. Het resterende geschil betrof de onkostenvergoedingen aan medewerkers, die het Uwv als loon had aangemerkt.
De Raad volgde appellante niet in haar stelling dat er geen sprake was van bovenmatige vergoedingen, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vaste onkostenvergoedingen een reëel karakter droegen en in verband stonden met daadwerkelijk gemaakte kosten. De rechtbank had dit ook reeds geoordeeld. De Raad bevestigde daarom het oordeel dat het beroep over de onkostenvergoedingen ongegrond is.
Tot slot veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard voor het deel over directeuren en het beroep over onkostenvergoedingen is ongegrond verklaard.