ECLI:NL:CRVB:2007:BA6623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als koerier tot februari 2003 en meldde zich in april 2003 ziek wegens depressieve klachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering per 19 april 2004, omdat appellant toen minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant geschikt was voor eigen werk.
In hoger beroep overwoog de Raad dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom appellant op 19 april 2004 niet arbeidsongeschikt zou zijn, terwijl hij tien dagen later wel als zodanig werd erkend. Nieuwe medische informatie over een ernstige psychiatrische aandoening werd door het UWV niet als relevant voor de datum in geding beschouwd.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren per 19 april 2004 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.