ECLI:NL:CRVB:2007:BA6600

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/2774 WW, 06/2776 WAO, 06/2777 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht in sociale zekerheidszaak

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Haarlem inzake WW, WAO en ZW, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. Ondanks een schriftelijke waarschuwing dat geen uitstel werd verleend, bleef betaling uit omdat appellante eerst wilde weten of het hoger beroep zinvol was.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het niet-betalen van het griffierecht te verontschuldigen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Appellante verscheen niet bij de zitting, terwijl het UWV zich liet vertegenwoordigen.

Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring werd ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door M.A. Hoogeveen en uitgesproken op 23 mei 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

06/2774 WW
06/2776 WAO
06/2777 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraken van de rechtbank Haarlem van 28 maart 2006, 04-1981 WW, 04-1982 WAO en 04-1983 ZW (hierna: aangevallen uitspraken).
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv).
Datum uitspraak: 23 mei 2007.
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van
18 oktober 2006 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraken niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2007.
Daar is appellante, zoals tevoren schriftelijk bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. mw. S.J.M.A. Clerx.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 oktober 2006 berust hierop, dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het griffierecht niet is voldaan.
De Raad is van oordeel dat de door appellante aangevoerde omstandigheden in onder meer het verzetschrift onvoldoende gronden bevatten die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.
Uit hetgeen is aangevoerd kan de Raad niet anders afleiden dan dat appellante, hoewel bij brief van 14 juli 2006 erop gewezen dat geen uitstel werd verleend voor het betalen van het griffierecht, het griffierecht niet heeft betaald omdat zij eerst wilde weten of het -doorzetten van het- hoger beroep zin had en zij het risico niet wilde lopen het griffierecht niet terug te zullen krijgen. Dat acht de Raad onvoldoende grond om het niet-betalen van het griffierecht verschoonbaar te achten.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.D.F. de Moor.