ECLI:NL:CRVB:2007:BA5904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevorderingsdatum militair en beleidsafwijking
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht, betwistte de vastgestelde bevorderingsdatum tot sergeant 1, stellende dat deze datum onjuist was en dat sprake was van een bijzondere situatie die afwijking van het beleid rechtvaardigde. Hij voerde aan dat het besluit feitelijke onjuistheden bevatte en dat zijn bevordering eerder had moeten plaatsvinden.
De commandant verdedigde het besluit en stelde dat al in gunstige zin was afgeweken van het geldende beleid, waarbij een discretionaire bevoegdheid bestond om van de beleidsregels af te wijken. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard.
De Raad stelde vast dat het dossier slordig was opgebouwd en het besluit feitelijke onjuistheden bevatte die de rechtspositie van appellant raakten. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Desondanks oordeelde de Raad dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven, omdat de commandant terecht had geoordeeld dat sprake was van een bijzonder geval dat afwijking van het beleid rechtvaardigde.
De Raad veroordeelde de commandant tot betaling van de proceskosten van appellant en bepaalde dat de Staat de betaalde griffierechten aan appellant zou vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 mei 2007.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.