ECLI:NL:CRVB:2007:BA5786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die zijn beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had geweigerd appellant een WAO-uitkering toe te kennen omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
Appellant voerde aan dat zijn klachten en beperkingen, zowel medisch als arbeidskundig, niet tot geschiktheid voor de aan hem voorgehouden functies hadden mogen leiden. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek door het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende onderbouwing had geleverd voor zijn stellingen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen concrete aanwijzingen waren dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd ter ondersteuning van zijn hoger beroep. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.