ECLI:NL:CRVB:2007:BA5603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wegens woonplaatsgeschil
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een adres te [woonplaats]. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage trok de bijstand met terugwerkende kracht in over de periode 1 mei 2000 tot en met 22 april 2003, omdat zij meende dat appellante niet op het opgegeven adres woonde maar in een andere gemeente.
Het College baseerde dit op verklaringen van derden en een proces-verbaal van een politieonderzoek naar een hennepkwekerij, maar kon onvoldoende concrete feiten en omstandigheden overleggen die het standpunt ondersteunden dat appellante haar hoofdverblijf niet op het opgegeven adres had.
De Raad oordeelde dat het College de bewijslast droeg en dat de aangeleverde gegevens onvoldoende waren om het besluit tot intrekking te rechtvaardigen. Ook was niet voldaan aan de vereisten van hoor en wederhoor. Daarom werd het besluit van het College vernietigd en het primaire besluit herroepen.
Daarnaast werd het College veroordeeld tot vergoeding van de kosten van appellante in bezwaar en hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende en concrete bewijsvoering bij intrekking van bijstandsuitkeringen met terugwerkende kracht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.