ECLI:NL:CRVB:2007:BA5297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Uitleg van laatstelijk genoten bezoldiging bij doorbetaling na ouderschapsverlof en ontslag
Betrokkene was tijdelijk werkzaam bij het ICT-bedrijf Rechterlijke Organisatie en genoot ouderschapsverlof waarbij hij 75% van zijn bezoldiging behield. Na het ontslag van rechtswege wegens het aflopen van zijn tijdelijke aanstelling en ziekte, vond doorbetaling van volledige bezoldiging plaats. De Minister van Justitie stelde dat de bezoldiging moest worden aangepast omdat tijdens het ouderschapsverlof niet de volledige bezoldiging werd genoten, en vorderde terugbetaling.
De rechtbank oordeelde dat de formele bezoldiging ongewijzigd bleef en dat het niet de bedoeling van de wetgever was om de ambtenaar financieel te benadelen na het ouderschapsverlof. De Raad vernietigde deze uitspraak en stelde dat de laatstelijk genoten bezoldiging moet worden bepaald aan de hand van de feitelijke bezoldiging, waarbij het technische karakter van de salarisspecificatie en de pensioenopbouw tijdens ouderschapsverlof in aanmerking worden genomen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel door betrokkene werd verworpen omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. De Raad concludeerde dat de doorbetaling van bezoldiging na ontslag wegens ziekte gebaseerd moet zijn op de feitelijke situatie voorafgaand aan het ontslag en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt hersteld.