ECLI:NL:CRVB:2007:BA5113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering naar lagere arbeidsongeschiktheidsklasse na bezwaar
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 26 mei 2003. De rechtbank had het beroep afgewezen. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat het belang van appellante bij de beoordeling van dat besluit is komen te vervallen.
Tegelijkertijd werd het beroep mede geacht gericht tegen een later herzieningsbesluit van het UWV, waarbij de arbeidsongeschiktheidsklasse werd aangepast naar 15-25%. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen van appellante niet waren onderschat en dat het bezwaaronderzoek, hoewel zonder persoonlijk onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts, voldoende was gebaseerd op dossierstudie.
De Raad achtte de geschiktheid van de functies waarop de beoordeling was gebaseerd aannemelijk en concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit juist was berekend, ondanks een klein verschil in het gehanteerde maatmaninkomen. Het beroep tegen het herzieningsbesluit werd ongegrond verklaard. Het UWV werd verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het intrekkingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond.