ECLI:NL:CRVB:2007:BA5097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken ingezetenschap in Nederland
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda waarin werd geoordeeld dat hij geen recht heeft op kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2005 omdat hij niet als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd. De kern van het geschil is de vraag of appellant het middelpunt van zijn maatschappelijk leven in Nederland had, zoals vereist voor ingezetenschap volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De Raad overweegt dat ingezetenschap wordt bepaald aan de hand van sociale, economische en juridische bindingen met Nederland. Hoewel appellant een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezat, waren zijn economische en sociale bindingen met Nederland zwak. Hij beschikte niet over zelfstandige woonruimte in Nederland en verbleef bij familie of vrienden, terwijl hij een woonhuis in Marokko bezat waar hij substantieel tijd doorbracht bij zijn tweede vrouw en gezin. Tevens was hij niet werkzaam in Nederland maar genoot een WAO-uitkering.
De Raad erkent dat appellant in het verleden sterkere banden met Nederland had en dat deze in de toekomst mogelijk weer kunnen worden aangehaald, maar dit is niet relevant voor de situatie per het eerste kwartaal van 2005. Andere feitelijke omstandigheden zoals lidmaatschap van een moskee en contact met een in Nederland wonende zoon zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak dat appellant geen ingezetene is en dus geen recht heeft op kinderbijslag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag omdat hij geen ingezetene van Nederland is.