ECLI:NL:CRVB:2007:BA5087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25% per 1 september 2004. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij op 45-55%. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het oordeel van de rechtbank Breda gevolgd dat de verzekeringsartsen terecht hebben vastgesteld dat appellante beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat zij geschikt was voor bepaalde functies. De medische beperkingen zijn niet te gering vastgesteld en de klachten van depressieve aard zijn in de beoordeling meegenomen.
Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe informatie aangeleverd die aanleiding geeft om aan de bevindingen van de verzekeringsartsen te twijfelen. De Raad ziet geen grond om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee het bestreden besluit waarin de WAO-uitkering is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% per 1 september 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 1 september 2004.