ECLI:NL:CRVB:2007:BA4853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, oorspronkelijk gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, te herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, waarbij zij het oordeel van de medische deskundige Koelen volgde, die concludeerde dat appellante geen psychiatrische ziekte in engere zin had en in staat was de voor haar geselecteerde functies te verrichten.
In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en stelde dat het advies van haar behandelend zenuwarts, die haar beperkingen beter zou kunnen inschatten, gevolgd moest worden. Tevens verzocht zij om benoeming van onafhankelijke deskundigen voor nader onderzoek naar zowel haar psychische als lichamelijke klachten en een kritische beoordeling van de passendheid van de geselecteerde functies.
De Raad overwoog dat er geen aanleiding was om af te wijken van de eerdere medische beoordeling, mede gelet op het overleg tussen arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen en het ontbreken van nieuwe medische stukken die twijfel konden zaaien. Ook zag de Raad geen gebreken in het bestreden besluit ten aanzien van de passendheid van de functies. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad sprak geen proceskostenveroordeling uit en wees het verzoek tot benoeming van nieuwe deskundigen af. De uitspraak werd gedaan door J. Janssen en uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.