ECLI:NL:CRVB:2007:BA4822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van WW-uitkering wegens volledige arbeidsinschakeling als dga
Appellant was sinds 1986 voor 15 uur per week als zelfstandige werkzaam en daarnaast 40 uur per week in loondienst. Vanaf 15 februari 1994 ontving hij een WW-uitkering gebaseerd op 38,23 uur per week. Na verschillende wijzigingen in arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en ziekmeldingen, werd in 1997 opnieuw een WW-uitkering toegekend. Het UWV stelde na een onderzoek, mede op basis van een anonieme tip en Belastingdienstrapportage, dat appellant vanaf 1 januari 1997 fulltime werkzaam was als directeur-grootaandeelhouder (dga) en herzag het recht op WW-uitkering. De onverschuldigd betaalde uitkering over de periode 1 januari tot 20 oktober 1997 werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant fulltime werkte, wat werd ondersteund door de arbeidsovereenkomst, verklaringen van medewerkers en de Belastingdienst. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn inkomsten voortkwamen uit vermogen en dat hij fysiek geen 40 uur per week werkte, waarbij sociale contacten geen werkuren zouden zijn. De Raad oordeelde dat sociale contacten wel bij de werkzaamheden horen en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij minder dan fulltime werkte.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht uitging van een uitbreiding van werkzaamheden met 25 uur per week boven de 15 vrijgelaten uren, waardoor het recht op WW-uitkering werd herzien. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het onderzoek in een gerelateerd WAO-geding werd heropend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van het recht op WW-uitkering en terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering wordt bevestigd.