ECLI:NL:CRVB:2007:BA4412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WAO-herbeoordeling
Appellante was werkgever van een hoofdcaissière die sinds oktober 1999 arbeidsongeschikt was. Het UWV kende haar op 12 december 2000 een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. In juli 2001 vond een eerstejaars herbeoordeling plaats, waaruit bleek dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. De verzekeringsarts bevestigde dit per brief van 9 juli 2001, waarin tevens werd aangegeven dat bezwaar pas mogelijk was na ontvangst van een beschikking.
Appellante maakte op 22 januari 2002 bezwaar tegen deze brief, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat formeel nog geen beschikking was genomen. Appellante vroeg vervolgens op 12 maart 2002 een beschikking aan, waarna het UWV op 28 maart 2002 besloot dat de arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. Tegen dit besluit werd geen bezwaar gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van 9 juli 2001 geen besluit was en dat het bezwaar van 22 januari 2002 mede moest worden aangemerkt als tijdig bezwaar tegen het besluit van 28 maart 2002 vanwege een schriftelijke toezegging van het UWV. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.
De Raad veroordeelde het UWV tevens in de proceskosten van appellante in hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De zaak wordt nu door de rechtbank Dordrecht inhoudelijk verder behandeld.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.