ECLI:NL:CRVB:2007:BA4338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit BDS-plaatsing wegens schending bestuursrechtelijke zorgvuldigheid
Appellant, een fortificatie-officier met de eindrang majoor, werd met ingang van 1 maart 2004 geplaatst op BDS-code 4, vooruitlopend op een beoogde herwaardering van zijn functie. De plaatsing leidde ertoe dat appellant niet tot luitenant-kolonel werd bevorderd, ondanks dat zijn werkzaamheden gelijk waren aan die van een senior beleidsmedewerker P2C met die rang.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant later een functie in de rang van majoor had gekregen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het procesbelang wel aanwezig was, omdat het besluit tot BDS-plaatsing een wijziging in de rechtspositie van appellant betrof die niet ongedaan was gemaakt.
De Raad stelde vast dat de plaatsing op BDS-code 4 louter bedoeld was om appellant administratief op een zijspoor te zetten en hem de rang van luitenant-kolonel te onthouden. Dit was in strijd met de beloningssystematiek voor militairen en met artikel 3:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat de commandant zijn bevoegdheid misbruikte door de beleidsfactor toe te passen met het enkel op de persoon gerichte doel appellant te benadelen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de commandant een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd de commandant veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd vergoeding van griffierechten toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot BDS-plaatsing wordt vernietigd en de commandant wordt veroordeeld in de proceskosten.