ECLI:NL:CRVB:2007:BA4290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanarbeid
Appellant, laatstelijk werkzaam als schoonmaker, viel uit wegens psychische en pijnklachten. Na medisch onderzoek en psychiatrische expertise werd vastgesteld dat appellant lichte depressieve stoornis en paniekstoornis met agorafobie heeft, met beperkingen in arbeid onder tijdsdruk en in conflictsituaties. De arbeidsdeskundige achtte appellant primair geschikt voor zijn eigen maatmanarbeid.
Het UWV weigerde daarom een WAO-uitkering te verstrekken. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, en ook in hoger beroep oordeelt de Raad dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist is. Er is geen nieuw medisch bewijs dat een ander oordeel rechtvaardigt.
De Raad overweegt dat de maatman, degene die dezelfde arbeid verricht als appellant voor zijn uitval, de schoonmaker is. Gezien het ontslag van appellant en de beschikbaarheid van soortgelijk werk bij andere werkgevers, is er geen sprake van arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant geschikt is voor zijn maatmanarbeid.