ECLI:NL:CRVB:2007:BA3848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en inlichtingenverplichting
Appellant was gehuwd met [M.] en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude heeft vastgesteld dat appellant en [M.] van 1 juli 1997 tot en met 31 augustus 2003 een gezamenlijke huishouding voerden. Op grond daarvan heeft het College de ten behoeve van [M.] gemaakte bijstandskosten teruggevorderd van appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van artikel 84, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) bij een gezamenlijke huishouding de terugvordering mede kan plaatsvinden van de persoon met wie de bijstandsgerechtigde een gezamenlijke huishouding voert. De Raad bevestigt dat appellant en [M.] aan het criterium van gezamenlijke huishouding voldoen, gebaseerd op objectieve feiten zoals gezamenlijke hoofdverblijf, wederzijdse verzorging en financiële verstrengeling.
Verder is vastgesteld dat [M.] haar inlichtingenverplichting niet is nagekomen, waardoor de gezinsbijstand achterwege bleef en het College gerechtigd was de kosten van bijstand volledig terug te vorderen. Appellant slaagt er niet in aan te tonen dat er recht zou bestaan op aanvullende bijstand als de inlichtingenverplichting wel was nagekomen.
De Raad wijst ook het verweer van appellant af dat hij duurzaam gescheiden zou leven van een andere partner, aangezien sociale recherche en verklaringen van buurtbewoners aantonen dat hij feitelijk een gezamenlijke huishouding voerde met [M.]. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstandskosten aan appellant bevestigd.