ECLI:NL:CRVB:2007:BA3800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht woonadres
Appellant kreeg vanaf 28 juli 2003 bijstand toegekend. Het dagelijks bestuur vermoedde dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en startte een onderzoek. Dit onderzoek omvatte onder meer observaties, het horen van de hoofdbewoner en appellant zelf. Op basis hiervan concludeerde het dagelijks bestuur dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en trok de bijstand in, met terugvordering van €6.972,21.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing. De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door niet het juiste woonadres te verstrekken, wat essentieel is voor de rechtmatigheid van de bijstand.
De onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen en observaties, bieden een toereikende basis voor deze conclusie. Appellant kon geen huurcontract of betalingsbewijs overleggen. De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking en terugvordering en ziet geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht over het woonadres.