ECLI:NL:CRVB:2007:BA3684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante stelde dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij eerder dan vastgesteld naar een psycholoog verwezen had moeten worden.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen hun oordeel baseerden op uitgebreid medisch onderzoek en informatie van de behandelend sector. Hoewel psychische klachten waren erkend, waren deze niet zodanig dat ze tot extra beperkingen leidden. Appellante had geen medische stukken overgelegd die haar stelling ondersteunden. De latere verwijzing naar een psycholoog bood geen aanleiding tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geding in staat was de haar voorgehouden functies te vervullen en dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens voldoende vastgestelde belastbaarheid.