ECLI:NL:CRVB:2007:BA2798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Toetsing terugkomen op eerdere toekenningsbesluiten arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Betrokkene was eigenaresse van een confectieatelier en meldde zich ziek op 21 februari 1994. Appellant, het UWV, had aanvankelijk uitkeringen toegekend ingevolge de AAW en WAO, maar trok deze later met terugwerkende kracht in op grond van een opsporingsonderzoek en verklaringen dat betrokkene niet als verzekerde kon worden aangemerkt.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de intrekkingsbesluiten van het UWV onrechtmatig omdat terugkomen op toekenningsbesluiten alleen mogelijk zou zijn bij nieuwe feiten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat terugkomen op eerdere besluiten ook mogelijk is op basis van een herwaardering van reeds bekende feiten, mits dit voldoende grondslag biedt en rekening wordt gehouden met de gevolgen voor betrokkene.
De Raad stelt vast dat betrokkene geen verzekeringsplichtige arbeidsverhouding had en niet voldeed aan de inkomenseis van de AAW. De verklaringen van de eigenaar en het onderzoek van de looninspecteur bevestigen dat de papieren overdracht van het bedrijf niet de werkelijkheid weerspiegelde. Daarom is het besluit van het UWV om de uitkeringen vanaf 1 oktober 1998 te beëindigen gerechtvaardigd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van betrokkene ongegrond. De bestreden besluiten worden als uitgangspunt genomen en het beroep van het UWV wordt toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van betrokkene ongegrond, waardoor het UWV mag terugkomen op eerdere toekenningsbesluiten voor de toekomst.