ECLI:NL:CRVB:2007:BA2760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking WAJONG-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAJONG-uitkering per 26 juni 2005 in te trekken vanwege een afgenomen arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend, na de wettelijke termijn van 6 juni 2005.
Appellant stelde dat een brief van 30 mei 2005, gericht aan een medewerker van het UWV en opgesteld door een medisch dienstverlener, als bezwaarschrift moest worden beschouwd of dat het UWV nader onderzoek had moeten doen om de bezwaarintentie vast te stellen. De Raad oordeelde dat deze brief niet de kenmerken van een bezwaarschrift had en niet afkomstig was van appellant of zijn gemachtigde. De brief was bedoeld als aanvullende informatie voor een herkeuring, niet als bezwaar tegen het besluit.
De daadwerkelijke bezwaarschrift, gedateerd 26 mei 2005 en ingediend door de gemachtigde van appellant, werd wel als bezwaar behandeld maar was te laat. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Utrecht dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de termijn. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de WAJONG-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.